En da’k na is nen boek schreef…

Hoe kostelijk ook, ik wil mijn mening weer eens kwijt. Een uitspraak van Arjen Lubach, gisteravond, bij Pauw en Witteman, is daar de aanleiding toe. Lubach is auteur en heeft net een literatuurprijs voor de jeugd binnengehaald. Ik ken hem helemaal niet en zijn boeken heb ik niet gelezen. Tja, zo jong ben ik nu ook niet meer, wordt mij her en der gezegd… 🙂

Het hoofdpersonage van “Magnus”  is aan het woord : “Waar we precies over hebben gepraat die avond weet ik niet meer. Het zal vermoedelijk een verzameling roddels over klasgenoten geweest zijn : herinneringen aan Florence, verwachtingen over het eindexamenjaar, wat we daarna gingen doen. Dat is ook niet wat me is bijgebleven. De onderwerpen op zich zijn niet relevant, het zijn de reacties en grapjes over de onderwerpen die maken dat je met iemand nog geen vijf minuten in een lift kan staan of juist vakantieslang samen in ingesneeuwde chalets kan doorbrengen. Vaak denken mensen dat je de diepte in moet, moet raken aan onaangeraakte roerselen, dat je die bij de andere  omhoog moet halen, maar dat is onzin : de verdieping zit in structuur, in het vormen van gedachten, in absurdisme, in taal, in humor.

Omdat ik me heb voorgenomen het in deze blog enkel en alleen te hebben over boeken die ik wel degelijk heb gelezen is het uiteraard niet mijn bedoeling om over dit werk te gaan raaskallen. Doelbewust zal ik tevens de auteur buiten beschouwing laten : het is m.i. onbelangrijk om te weten of hij met bovenstaande stelling al dan niet instemt. Dit is immers de privacy die elke artiest moet worden gegund… “Denkt U er ook zo over ? Is uw roman autobiografisch ?” Zo’n al te verwachte vragen, die enkel al te verwachte antwoorden met zich meesleuren en eigenlijk het gebrek aan onderwerpkennis van de interviewer verraden, dragen bovendien in geen enkele mate bij tot een betere en duidelijkere culturele verstandhouding. Gelukkig zijn de Jeroen en de Paul aan deze valstrik ontsnapt…

Waar ik wel even wil bij stilstaan is mijn eigen interpretatie(s) van deze zinnetjes, alsof ze uit de lucht zouden zijn gevallen. In amper acht regels raakt deze nogal paradoxale stelling namelijk aan een heleboel bewuste en onbewuste heikel punten van deze tijd, bij de jeugd in het bijzonder. Waarom lijkt ze me tegenstrijdig ? Omdat aanvankelijk de indruk wordt geschept dat alles gelijk staat, een gesprek ten gronde en een roddelig babbeltje, hoewel bij het einde de nadruk op structuur en gedachten wordt gelegd.

Het zal waarschijnlijk maar een impressie zijn… Niettemin stel ik bijna elke dag vast dat de meeste gespreksonderwerpen – niet alleen bij de jeugd, trouwens – uiterst oppervlakkige, vaak marketing getinte bekommernissen naar voren brengen (Wat vind je van de laatste iPad ? Met wat voor een wagen rijdt uw pa ? enz), meestal ten nadele van maatschappelijke, en ja, ook intimistische debatten. De monden gaan open, de lippen bewegen, maar er komt niets zinvols uit : “Waar [er] precies over [is] gepraat […] weet [niemand] meer”…

Je moet uiteraard niet verwachten van jongeren onder de 25 dat ze begrijpen hoe de wereld in mekaar zit en naargelang handelen, ze hebben daar nog ruim de tijd voor… Dat de meesten onder hen louter impulsief en zonder enige kennis van zaken, zonder enige interesse zelfs, zich van het maatschappelijke debat afschermen lijkt me echter zorgwekkend omdat ze als cultuurloze wezens een vogel voor de kat dreigen te worden, om het duidelijk te stellen : een prooi voor de dominante ideologie, in deze het vacuüm van de markt gekoppeld aan een nieuwe toename van een eng nationalisme.

De stelling waarover ik me wil buigen vereist dus enigszins een lexicale verduidelijking : wat mag men begrijpen onder ‘structuur’, bijvoorbeeld ? Is de structuur iets uitwendigs waaraan iedereen wordt verzocht zich aan te passen, of iets dat je zelf opbouwt om het te confronteren / door de confrontatie met de anderen ? Met andere woorden, staat ‘structuur’ gelijk aan ‘systeem’ ? Duldt het systeem, in deze laatste optie, andere structuren dan diegene die het zelf voorschrijft ?

Is het individu een getal in de massa waarvan verwacht wordt dat hij (zij) gehoorzaamt of is elk schepsel een sleutel tot iets nieuws ? Moet verschil gekoesterd of verbannen worden ? En vooral, wat maakt mens en maatschappij sterker : conformiteit of verscheidenheid ?

Het is bekend dat mieren, wanneer ze op voedseljacht gaan, allemaal min of meer hetzelfde pad volgen. Dankzij de hormonen die mier X achter zich heeft verspreid weet mier Y ongeveer welke weg hij moet volgen. Al hetgeen buiten het afgebakende pad ligt blijft echter onverkend… Nou, de mens is geen mier, en dus rijst de vraag of een samenleving zich kan veroorloven, omwille van een zogenoemde efficiëntie, om zoveel mogelijkheden te negeren, om zo’n bijna eindeloze terra incognita links te laten liggen…

Neem de seksuele geaardheid bijvoorbeeld : Nederland is gelukkig een voorloper op vlak van zeden (hoelang nog ?), maar in andere samenlevingen, inclusief Europese contreien, zijn de taboes nog in het dagdagelijkse verankerd. Als je je als individu en burger in een bepaald kader inschrijft, betekent dit ook dat je deze taboes onderschrijft ? Of gaat men er gewoon van uit dat wij de besten zijn en dat ons eigen kadertje volmaakt is, punt uit ?…

Hoe kan je nou structuur, gedachten, absurdisme, taal en humor verdiepen als je je tot het minimum minimorum beperkt ? Onderwerpen zijn relevant ! Zo heb ik bijvoorbeeld heel weinig met de paus gemeen, maar niettemin ben ik er van overtuigd dat indien ik een hele dag met hem in gesprek zou treden, ik er – mede omwille van de confrontatie van ideeën, welke veronderstelt dat je niet per se naar soortgelijken hoeft te zoeken – intellectueel rijker van zou worden…

Je “moet” overigens niet noodzakelijk “onaangeraakte roerselen […] bij de andere omhoog […] halen”. Mag het daarom ook niet, zelfs op individueel niveau ? Draagt het stelselmatig verdringen – en waarom, eigenlijk ? – van het ondraaglijke, door humor, door absurdisme, omwille van de hiërarchie, door het letterlijk aanbidden van het carpe diem, niet bij tot het uitstippelen van een uitzichtloos perspectief die sommige mensen tot zelfmoord of moord drijft en alle samenlevingen op hun grondvesten kan doen daveren ? Spijtig genoeg is niet iedereen voor humor en absurdisme geschikt… Voor vele (arme) mensen is een dergelijke vorm van relativering zelfs een luxe…

Jazeker, de hoeksteen van een open debat rond een aantal gevoelige hedendaagse kwesties moet, op straffe van chaos en negatieve anarchie, met veel nauwkeurigheid worden gemeten : het beletten van kleine tragediën zou tenslotte geen aanleiding mogen worden voor een grote tragedie… Maar er zal ooit wel eens een tijd komen, welke ik nog zal meemaken, wanneer structuur, gedachten, absurdisme, taal en humor met “onaangeraakte roerselen” een groot vrolijk en taboeloos geheel zal vormen…

Archives

November 2019
M T W T F S S
« May    
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
252627282930  

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Join 5 other followers